De kunst van het vragen stellen

16 februari 2018

In de NLP Practitioner opleiding leer je werken met het metamodel. Een set taalpatronen en bijbehorende vragen die je kunt gebruiken om dat wat we zeggen (in woorden) weer in verbinding te brengen met wat er werkelijk gebeurde (de ervaring).

Het is het eerste NLP model dat Bandler en Grinder hebben ontwikkeld (in 1975). Zij hebben afgekeken hoe Virginia Satir, befaamd gezinstherapeute, eigenlijk heel intuïtief vragen stelde en zo mensen weer in contact bracht met waar het werkelijk om ging.

Prikkels filteren

Om ons heen gebeurt de hele dag van alles. Gebeurtenissen die wij interpreteren en waar we d.m.v. taal, betekenis aan geven. Maar die taal is bij lange na niet toereikend om de gebeurtenis in zijn geheel te kunnen vatten.

Ons brein verwerkt de vele prikkels door te filteren en maakt van die selectie vervolgens een soort plattegrondje: de interne voorstelling. Als de gebeurtenis het landschap is, is de taal a.h.w. de landkaart. Wat niet wil zeggen, dat de landkaart precies hetzelfde is als het landschap en exact alle eigenschappen van het landschap bevat: ‘De kaart is niet het gebied’, een veel gebruikte NLP uitdrukking.

Het is goed je te realiseren dat wij mensen communiceren over onze landkaarten. Onze plattegronden.

Als je dit fenomeen (wat wordt uitgelegd in het NLP communicatiemodel) goed snapt, is het nog best bijzonder dat er zoveel goed gaat in onze communicatie.

Ruis in je communicatie

Waarschijnlijk ervaar jij ook weleens ruis in je communicatie. Zijn er afspraken onduidelijk, vertelt iemand je een wel heel onwerkelijk verhaal en begrijp je totaal niet waar het over gaat. Of misschien zie je dat iemand zichzelf helemaal vastzet en wil je graag helpen.

Het metamodel is een model dat je leert om dan de juiste vragen te stellen.

Een uitgangspunt in NLP is dat iedereen z’n eigen problemen op kan lossen. Alleen weten mensen soms even niet hoe. Milton Erickson, een bekende hypnotherapeut stelt dat mensen problemen ervaren omdat ze geen contact hebben met hun hulpbronnen. Een ander uitgangspunt is dat ieder mens alle hulpbronnen in zich heeft om z’n eigen shit op te lossen.

Hoe fijn dat jij met het metamodel de ander kan helpen om weer bij zijn eigen hulpbronnen te kunnen. Of, wanneer je jezelf met al je gedachten hebt vastgezet: dat je jezelf kunt helpen om in beweging te komen 🙂

Kleintje metamodel

Wil je hier simpel mee beginnen, probeer dan het Kleintje metamodel.

Dit Kleintje bestaat uit 3 stappen:

1: Ontkracht moeten

Onbewust stellen we vaak grenzen aan onze mogelijkheden. Alleen al door ons taalgebruik. We zetten onszelf vaak vast door het woordje ‘moeten’ of  ‘dat hoort zo’. Steeds wanneer je hoort dat iemand vindt of denkt dat iets ‘moet’, kun je dit uitdagen met een metamodelvraag.

Bijvoorbeeld:

Iemand die zegt: “Ik moet opschieten”,  ervaart veel druk van buitenaf. Misschien herken je dat wel. Zelf zeg ik vaak: “Ik moet eruit…. zucht….” vlak voor ik opsta. Dat voelt niet lekker.

Door deze opmerking uit te dagen, vraag je naar de consequentie:
“Wat zou er gebeuren als je niet … ?”

Dan geeft iemand als reactie b.v.: “Dan kom ik te laat…”
“En wat gebeurt er als je te laat komt?” “Dan kan ik niet meedoen met die wedstrijd.”

Door deze vragen merkt iemand dat ie zelf de keuze maakt omdat hij of zij graag iets wil. Zo verandert iets moeten van buitenaf  in iets willen van binnenuit. Je voelt waarschijnlijk al dat dit meer ruimte geeft.

2. Specificeer vage taal

Vaak is ons taalgebruik vaag. We gebruiken vage zelfstandige naamwoorden of vage werkwoorden en gaan ervan uit dat de ander ons wel begrijpt. Maar hierdoor kan veel onduidelijkheid ontstaan.

Voorbeelden van vage zelfstandige naamwoorden:

“Grote steden zijn gevaarlijk.”  /  “Kinderen zijn irritant.”

Vraag naar specificatie:

“Welke steden bedoel je precies?”  /  “Welke kinderen met name?”

Voorbeelden van vage werkwoorden:

“Hij heeft mij geraakt.”  /  “Zij liet me vallen.”

Specificeer: Wat wordt precies bedoeld? “Hoe heeft hij jou geraakt?” “Hoe liet iemand je vallen?”

Misschien is iemand onfortuinlijk geraakt met een dartpijltje, aangereden met de fiets of emotioneel geraakt door een opmerking. En het zal duidelijk worden of het letterlijk een val van de trap betrof, een struikelpartij of iets symbolisch.

3. Stel open vragen

In een managementopleiding leerde ik voor het eerst dat er verschillende soorten vragen bestaan: open, gesloten en suggestieve vragen.

Vijf billen op een hekje

Als hulpmiddel bij de open vragen leerden we vijf billen op een hekje te plaatsen. De docent tekende een grote, brede H op het bord en zette daar 5 w’tjes op: 5 paar billetjes op een hek. Hij had zelf duidelijk schik in zijn enigszins pikante metafoor.

De boodschap: Stel open vragen en gebruik hierbij de 5 W’s:

De H, het hek, staat voor hoe, de W’s voor wie, wat, waar, wanneer en welke.

Om extra te specificeren kun je het woordje precies nog toevoegen aan je vraag.
Hoe precies? Wie bedoel je precies? Wat gebeurde er precies?
Waar ben je bang voor? Wat maakt je blij? Welke kinderen bedoel je?

Tot slot:

Misschien denk je nu: en hoe zit het dan met de Waarom-vraag? Waarom staat waarom er niet bij? Ik leer mensen altijd om voorzichtig te zijn met de waarom-vraag. Dit kan soms op mensen overkomen alsof ze zich moeten verantwoorden. Veel beter kun je stellen: wat maakt dat je….. ? Is misschien even wennen maar je zult merken dat je minder in de verdediging schiet.

Waarom zijn de bananen krom?

De waarom-vraag mag je wel stellen, wanneer je vraagt naar waarden, naar wat iets voor iemand betekent of waarom iets voor iemand belangrijk is.

En de waarom-vraag mag je stellen als je wilt weten hoe iets werkt. Zo kunnen kleine kinderen eindeloos waarom-vragen stellen. Waarom is de zee blauw? Waarom schijnt de zon (niet)? Waarom zijn bananen krom?

Dit Kleintje Metamodel is een mooie start om je de kunst van het vragen stellen eigen te maken.

Wil je nog meer vraagtechnieken leren? Ben je nieuwsgierig naar het hele metamodel? Dan is een NLP opleiding misschien wel wat voor jou.