Eerste Hulp bij Gedoe, Tips van Giraf: tip 3: Benoem Gedrag!

19 april 2020

Eerste Hulp bij Gedoe, tips van Giraf:

De huidige tijd geeft veel gedoe. Gedoe in de wereld en gedoe thuis, in de communicatie tussen mensen en gedoe in je eigen hoofd. Daarom een serie tips van de Giraf: Eerste Hulp bij Gedoe.

Tip 3: Benoem Gedrag!

Eerder beschreef ik tip 1: neem ff afstand
De eerste stap is om je gedoe op te merken en eruit te stappen, afstand te nemen.

Vervolgens benoem je de feiten. Wat neem je waar? Concreet specifiek! Wat zie je, wat hoor je, wat merk je? tip 2: feiten, geen verwijten

Onderscheid gedragsniveau en identiteitsniveau

Een hele belangrijke stap van de giraf: benoem waarneembaar gedrag, veroordeel niet de persoon als geheel.

Je hebt zelf vast ook weleens ervaren hoe krenkend en kwetsend het kan zijn als iemand je ‘afkraakt’. Het kwetst je als persoon. De opmerking raakt en je blijft er lang last van houden.

“Wat ben je toch een klootzak! Sukkel! Leugenaar! Luilak! Rotkind! Klier!”

Het voelt zelfs niet fijn om op te schrijven, maar we doen dit vaak in het heetst van de strijd. Tegen elkaar (vaak de mensen die je het liefst zijn!), tegen jezelf (Au…!) of wanneer je over de ander praat.

Jakhals veroordeelt mensen op identiteitsniveau. En dat is heftig om te horen.

Het raakt diep in iemands zijn. Je keurt de persoon als geheel af.

Het betekent niet dat je er niets van mag zeggen wanneer er gedoe is.

Giraf kan goed boos worden hoor. Hij kan zich uiten. Grenzen aangeven.

Aanspreken op gedrag, mag

Je mag iemand aanspreken op gedrag!!

Geef feedback op het gedrag, benoem wat het gedrag met je doet.

De persoon is okee, maar dit gedrag vind je vervelend en niet acceptabel. Gedrag is te veranderen. Hier kunnen mensen door groeien.

Voel maar het verschil tussen giraffentaal en jakhalstaal:

  • “We hadden om 10 uur afgesproken, het is half 11 en je bent er niet.”
    “Jij bent niet te vertrouwen, je komt altijd te laat.”

Of:

  • “Wat je nu doet, vind ik heel stout.”
    “Klier, wat ben je toch een pestkop!”

Of:

  • “Ik merk dat ik weinig onderneem.”  
    “Wat ben ik toch een lapzwans.”

Of:

  • “Ik vind het spannend om te doen.”
    “Ik ben een schijterd en een lafaard.”

Dus onderscheid gedragsniveau van identiteitsniveau bij het geven van negatieve feedback.

Positieve feedback

Bij het geven van positieve feedback is het lekker om juist wel een compliment op identiteitsniveau te geven:

Wat ben je toch een lieverd, creatieveling, grappenmaker, schat, een goede kok, een lieve gesprekspartner. Dat zijn fijne oppeppers. Daar krijgen mensen zelfvertrouwen van. Dus deel deze liefst zo veel mogelijk uit (mits gemeend, de ander voelt het als je het niet meent :-)).

De eerdere tips lees je hier terug:

tip 1: neem ff afstand
De eerste stap is om je gedoe op te merken en eruit te stappen, afstand te nemen.

tip 2: feiten, geen verwijten
Benoem wat je waarneemt. Concreet specifiek! Wat zie je, wat hoor je, wat merk je?